Op deze foto de bijzetting van Lieutenant H. D. (David) Eastwood CBE MC - OC 1 Platoon en Private L. 'Solly' Scott GM - 2 Platoon, beiden van de 21st Independent Parachute Company.
Very Reverend Dr Jeff Cuttell stond in een mooie bewogen verhaal stil bij de levens van beide mannen. De urnen werden vervolgens achter de grafsteen van een bestaand oorlogsgraf ter aarde besteld.
Alleen militairen die tijdens de Slag in 1944 gesneuveld zijn worden nog bijgezet in een eigen oorlogsgraf met een grafsteen met hun naam, rang e.d., voor zover bekend. Het komt nu nog maar zelden voor dat er stoffelijke resten uit veldgraven worden gevonden.
Indien een veteraan de wens heeft geuit om na zijn overlijden op de Airborne begraafplaats te worden bijgezet, dan kan de urn met daarin de as van de overleden veteraan achter de steen van een bestaand oorlogsgraf ter aarde worden besteld. Er komt geen gedenksteen, naamsvermelding o.i.d. bij te staan. Alleen de familie en nabestaanden kennen betreffende plek.

Foto: Airborne Museum/Berry de Reus.
Airborne War Cemetery, Oosterbeek
De Airborne War Cemetery is een militaire oorlogsbegraafplaats, direct na de bevrijding aangelegd in Oosterbeek. Op dit ereveld liggen ruim 1750 militairen begraven die in de periode september 1944 tot mei 1945 sneuvelden. De meesten van hen zijn omgekomen in de maand september 1944 tijdens de Slag om Arnhem, een onderdeel van Operatie Market Garden. Van de graven zijn bijna 1700 van Britse soldaten, 79 Polen, 33 Canadezen en ook een aantal uit Australië en Nieuw-Zeeland. Er liggen 3 Nederlandse militairen begraven t.w. August Bakhuis Roozeboom (22 jaar), Jacob Groenewoud (27 jaar) en Samuel Swarts (27 jaar), die onder geallieerd commando betrokken waren bij de Slag om Arnhem.
Verder zijn er 3 niet militaire graven, van 3 medewerkers van de Commonwealth War Graves Commission (zij hebben de begraafplaats na de oorlog jarenlang onderhouden).
Op de begraafplaats staat een uit natuursteen vervaardigd “Cross of Sacrifice”, waarop een bronzen zwaard is bevestigd. Dit kruis is bedoeld om alle militairen te herdenken die gesneuveld zijn in Nederland maar nog steeds worden vermist. Vooraan bij de ingang van de begraafplaats staat een gedenksteen met de tekst “Their name liveth for evermore”.
Links en rechts bij de ingang staat een kleine kapel. In elke kapel hangt een marmeren plakkaat met de afbeelding van een adelaar en de jaartallen 1939 * 1945. In een kapel is ook een boek aanwezig met alle namen, rangen en graflocaties van de gesneuvelden.
Elk graf kent zijn eigen trieste verhaal.
De meeste gesneuvelden waren jong, een flink aantal zelfs nog geen 20 jaar. Van velen is bekend en beschreven waar, wanneer en hoe ze zijn omgekomen, en van een aantal waar ze tijdens de slag tijdelijk werden begraven in zgn. field burrials (veldgraven). Van 245 gesneuvelden is het tot nu toe echter niet gelukt de naam te achterhalen. Zij liggen begraven onder de vermelding “Known Unto God”. Maar elke omgekomen militair liet familie achter, ouders, broers, zussen, een vrouw of een verloofde, en vaak ook kinderen. En velen hadden hechte vriendschappen binnen het onderdeel waar ze deel van uitmaakten en zijn vaak voor de ogen van hun vrienden gedood. Van 20 gesneuvelde militairen zijn korte verhalen beschreven. Het is een tamelijk willekeurige keuze. Het had ook over 20 anderen kunnen gaan.
Elk graf kent zijn eigen trieste verhaal.
Het document met de 20 korte verhalen kunt u hier downloaden. Tevens beschikbaar in het Engels, Duits, Frans en Pools (gemaakt door de Educatieve Dienst van het Airborne Museum).