Airborne Museum Hartenstein Menu

Lees hier ons coronaprotocol

Het Airborne Museum heeft een unieke collectie. Op deze pagina vind je een aantal bijzondere stukken om vanuit huis te bezichtigen! 

Bolderkar Familie Timmerman

‘De kinderen in de kinderwagen. De trekkar meer dan opgeladen. Dan het ergste moment, het sluiten van je eigen deur, hoe zul je het ooit terugzien?’ Met deze woorden beschrijft Bep Timmerman het vertrek van haar familie uit Arnhem. Samen met haar man Roelof en haar kinderen Marina en Jaap moest Bep op 24 september gedwongen haar huis achterlaten.

De familie Timmerman had naast deze kar ook een kinderwagen. De kinderen van 2 en 4 jaar hoefden dus niet zelf te lopen en een groot deel van de bagage kon op de kar. Na enige omzwervingen eindigde het gezin in het Friese Oldeholtpade waar ze tot de bevrijding zouden blijven. Bep was ondertussen hoogzwanger en op 4 mei 1945 wordt Elisabeth Timmerman geboren:“…het is een fijn dik baby’tje”.

Op 16 mei 1945 vertrok Roelof naar Arnhem om te zien wat er van hun huis over was. Hij schreef: “om een beschrijving te geven, dat is mij onmogelijk. Deze tonelen ken je alleen van foto’s, maar als je je eigen stad zo ziet, daar word je beroerd van.’’ Roelof begon de schade aan het huis te herstellen en al gauw kon de familie, samen met de bolderkar, uit Friesland overkomen.

In 2015 schonk de familie Timmerman de bolderkar aan het Airborne Museum.

 

 

 

 

 

 

 

 

Campaign Medals

De 22-jarige Brit Malcolm Alan Gwinn was een sergeant in het Glider Pilot Regiment. Militairen van dit regiment werden na een landing voornamelijk als infanteristen ingezet en deden hierbij niet onder voor de ‘gewone’ luchtmobiele infanterie. Tijdens de Slag om Arnhem raakte Gwinn gewond en werd hij als krijgsgevangene naar een ziekenhuis in Apeldoorn gebracht. Daar is hij op 4 oktober 1944 aan zijn verwondingen overleden. Door de oorlogsomstandigheden werd zijn familie pas in februari 1945 op de hoogte gesteld van zijn overlijden.     

De vier campaign medals die Gwinn verdiend had zijn na de oorlog in een kartonnen doosje per post verzonden naar zijn vader in Engeland. Deze ontving voor zijn zoon de 1939-1945 Star, de France and Germany Star, de Defence Medal en de War Medal 1939-1945.

De medaillelinten hebben allemaal een symbolische betekenis. Zo staat het driekleurige lint van de 1939-1945 Star voor het gelijke aandeel in de overwinning van de marine (donkerblauw), het leger (rood) en de luchtmacht (lichtblauw). Bij het driekleurige lint van de Defence Medal staan de groene en oranje band symbool voor de aanval op het ‘groene en aangename land’ van het Verenigd Koninkrijk en de smalle zwarte band staat voor de verduistering tijdens de oorlog. Het bronzen eikenblad op het lint van de War Medal 1939-1945 werd aan sergeant Gwinn verleend in een dagorder. Op 11 april 1946 werd het “dappere en uitstekende optreden” tijdens de Slag om Arnhem van Gwinn en enkele andere omgekomen militairen van het Glider Pilot Regiment hiermee door de Britse koning erkend.

Sergeant Malcolm Gwinn is begraven op de Arnhem Oosterbeek War Cemetery.

Radio-ontvanger MCR I

De MCR I (Midget Communications Receiver I) is een radio-ontvanger die in 1943 is ontwikkeld door de SOE (Special Operations Executive), een Britse geheime organisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De ontvanger was in eerste instantie bedoelt voor gebruik door de SOE, maar werd al snel een populaire radio-ontvanger voor het Europese verzet. De ontvanger werd over heel bezet Europa gedropt zodat het verzet deze kon gebruiken om te luisteren naar nieuws uit het Verenigd Koninkrijk. Het apparaat werd verspreid in een waterdicht koekblik en heeft hier ook zijn bijnaam aan te danken: de koekblikontvanger.

De radio-ontvanger is te vinden in ‘De Lobby’.

 

 

 

 

 

 

 

 

De King’s Own Scottish Borderers

De King’s Own Scottish Borderers was een regiment binnen het Britse leger. Tijdens de Slag om Arnhem maakte het 7e bataljon van de KOSB deel uit van de 1st Airborne Division en verdedigden zij de perimeter in Oosterbeek.

Het baretembleem van de King’s Own Scottish Borderers doet eer aan de Schotse herkomst en geschiedenis van het regiment. Het kasteel in het midden is Edinburgh Castle, de hoofdstad van Schotland. Het kruis daarachter is het andreaskruis, van Andreas, de beschermheilige van Schotland. Rondom het kasteel is de naam van het regiment te lezen. Op het embleem zijn twee motto’s te lezen. Het onderste motto, nisi dominus frustra, zonder God is alles tevergeefs, is het motto van de stad Edinburgh. Het bovenste motto, in vertiate religionis confido, ik vertrouw in de waarheid van religie, is het motto van het regiment en werd in 1805 aan het regiment toegekend door koning George III. Hoewel de meeste kenmerken van het embleem Schots zijn, heeft het wel het Engelse koninklijk wapen: een leeuw op de kroon van Sint-Eduard, een van de Engelse kroonjuwelen. Het regiment King’s Own Scottish Borderers werd in 2006 opgeven.

 

 

Container CLE II

De bevoorrading van troepen in vijandig gebied is niet altijd gemakkelijk maar wel noodzakelijk, vooral voor Airborne troepen die maar weinig met zich mee konden nemen.

Met de CLE container konden materialen op locatie gedropt worden door vliegtuigen. Deze containers werden, naast dropmanden, veel ingezet door de Britten tijdens Operatie Market Garden. Verschillende materialen werden gekenmerkt door verschillende kleuren parachutes. Zo was tijdens Operatie Market Garden de parachute van een container met munitie rood, met voedsel groen, met medische spullen wit, met brandstof blauw en met communicatiemiddelen geel.

Tijdens de Slag om Arnhem kwam, onder anderen door problemen met de communicatie, veel van de bevoorrading in Duits gebied terecht. Slechte 13% van de afgeworpen goederen bereikte de troepen in Oosterbeek.

De container is te vinden in zaal ‘Optimisme’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Maroon Baret

Generaal-majoor Frederick “Boy” Browning wilde de Britse luchtlandingstroepen een eigen kleur baret geven om hun identiteit te versterken en de herkenbaarheid te vergroten. Er werd gekozen voor maroon (kastanjerood).

De reputatie van de luchtlandingstroepen en hun baret groeide al snel. Duitse troepen die in 1942 in Noord-Afrika tegen de Britse para’s vochtten noemden hen Rote Teufel (Rode Duivels) en de vastberadenheid van de luchtlandingstroepen tijdens de Slag om Arnhem toonden, droeg verder bij aan hun reputatie en die van de maroon baret. Tegenwoordig wordt de maroon baret wereldwijd door luchtlandingstroepen gebruikt. Dit exemplaar (op de foto) is gedragen door Lance Sergeant Robert Lambie, hij was ingedeeld bij het 7th Battalion The King’s Own Scottish Borderers.

De baret is te vinden in zaal ‘Optimisme’.

Bungee Helmet

Britse luchtlandingstroepen gebruikten speciale beschermende hoofddeksels, zowel voor training als tijdens operaties. De standaard trainingshelm voor parachutisten werd vanaf 1940 de zogenaamde bungee helmet.

Deze helm werd gemaakt van een stevige rand van rubber en bedekt met zandkleurig canvas. Met twee lange flappen kon de helm onder de kin worden vastgeknoopt. Op het canvas kon een eenheidsembleem worden vastgemaakt of erop worden geschilderd.

Op deze bungee helmet is een Pools embleem bevestigd, maar dit is mogelijk een latere toevoeging. Op de foto zijn Poolse parachutisten te zien met de bungee helmet tijdens een oefening.

De Bungee Helmet is te vinden in zaal ‘Optimisme’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Birmingham Small Arms Airborne-vouwfiets

De nieuwe tentoonstelling van het Airborne Museum zit vol prachtige objecten. Er zijn echter ook stukken met prachtige verhalen die nét niet meer pasten.

Wat dacht je bijvoorbeeld van de Birmingham Small Arms (BSA) Airbornevouwfiets? Dit was een fiets die speciaal ontwikkeld werd voor luchtlandingstroepen. Parachutisten konden deze fietsen meenemen tijdens een dropping en dat werd ook gedaan tijdens de Slag om Arnhem. De Birmingham Small Arms Company produceerde 70.000 van deze vouwfietsen.

Dit collectiestuk wordt in ons depot beheerd.

Het speldje van Hackett

Brigade-generaal John Hackett was de commandant van de 4th Parachute Brigade.

Tijdens de gevechten bij Oosterbeek werd hij op 24 september getroffen door splinters van een mortiergranaat. Eén boorde zich in zijn dij, de ander kwam in zijn buik terecht. Hackett werd afgevoerd naar het St. Elisabeth Gasthuis in Arnhem waar hij geopereerd werd. Hackett werd door het verzet het ziekenhuis uit gesmokkeld en kwam hij terecht bij de familie de Nooij in Ede.

Hackett kwam nu ook wat vaker buiten. Gekleed als burger viel hij nauwelijks op, maar hij sprak geen woord Nederlands of Duits. Als iemand hem aansprak, zou hij meteen door de mand vallen. Hiervoor bestond een oplossing. Tijdens de bezetting bestonden er speldjes voor doven en slechthorenden. Die speldjes waar ’S. H.’ opstaat, van slechthorend én in het Duits: schlecht hörend, waren een handig hulpmiddel voor het verzet. Hackett droeg het speldje dan ook elke keer als hij buiten was.

Het speldje van Hackett is te vinden in de ruimte ‘Evacuatie’ 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gesigneerd 1 Gulden biljet
Soldaat John Hogg

De Nederlandse regering in ballingschap liet vanaf 1943 papiergeld drukken in de Verenigde Staten. Deze biljetten werden gedrukt om de geallieerde troepen van lokale betaalmiddelen te voorzien.

Soldaat John Hogg van de 9th Airborne Field Company, Royal Engineers droeg tijdens de Slag om Arnhem zo’n biljet met zich mee, wellicht in het volste vertrouwen dat het einde van de oorlog in zicht was. Het liep echter anders.
Na het falen van Operatie Market Garden moest Hogg op de Veluwe onderduiken. In de nacht van 22 op 23 oktober 1944 werd Hogg, samen met andere ondergedoken Britse parachutisten, over de Rijn geëvacueerd tijdens Operatie Pegasus. Voordat ze de Rijn overstaken waren de militairen in de ‘Lange Hut’ van Jeanne Lamberts geweest. Op dit biljet van 1 gulden signeert Hogg met zijn naam en eenheid en schrijft hij aan Jeanne: “Thank you. For my life”.
  
Dit collectiestuk wordt in ons depot beheerd

identificatieplaatje majoor John Waddy

Na de Slag om Arnhem zijn veel militairen krijgsgevangen genomen. Zo ook majoor John Waddy.

Waddy was de commandant van de B Company 156th Battalion en raakte gewond op weg naar de perimeter in Oosterbeek tijdens de Slag om Arnhem. Hij raakte daar gewond, werd geopereerd op een biljarttafel in noodhospitaal de Tafelberg en werd uiteindelijk krijgsgevangen genomen. Hij kreeg een identificatieplaatje voor krijgsgevangenen. Majoor John Waddy bleef gevangen tot hij in april 1945 bevrijd werd.

Dit collectiestuk wordt in ons depot beheerd

Majoor John Waddy