Airborne Museum Hartenstein Menu

Lees hier ons coronaprotocol

luchtlandingen september 1944

Plan je bezoek

slag om arnhem

In 1933 kwam Adolf Hitler aan de macht in Duitsland. Hij zorgde er in een korte tijd voor dat Duitsland een heel sterk leger kreeg. Aan het einde van de jaren ’30 viel Hitler met dit leger Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije binnen en maakte deze landen deel van het Duitse Rijk. Toen hij in september 1939 met het leger Polen binnen viel verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk Hitler de oorlog. De Tweede Wereldoorlog was begonnen.

Nederland aangevallen
In 1940 veroverde Hitler nog meer Europese landen zoals Denemarken en Noorwegen. Op 10 mei viel het Duitse leger Nederland aan. Het Nederlandse leger was niet sterk genoeg en moest zich na vijf dagen overgeven. Vanaf dat moment was Nederland ‘bezet’ door Duitsland. Ook België, Luxemburg en Frankrijk werden door Duitsland veroverd. Duitsland had nu in bijna heel West-Europa de macht. In Europa vocht alleen Groot-Brittannië nog tegen Hitler. 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geallieerden en D-day
Amerika wilde aanvankelijk niet samen met Groot-Brittannië tegen Duitsland vechten. Op 7 december 1941 bombardeerde Japan, een bondgenoot van Duitsland, de Amerikaanse legerbasis Pearl Harbor. Nu pas verklaarde Amerika de oorlog aan Japan en Duitsland. Ook Rusland werd een bondgenoot van Groot-Brittannië en Amerika. Alle landen die samen tegen Duitsland, Japan en Italië vochten werden de geallieerden genoemd.

Vanuit het oosten viel Rusland Duitsland aan. Na lang overleg en plannen werd ervoor gekozen om op 6 juni 1944 bij Normandië (Frankrijk) aan land te gaan. De geallieerde troepen, waaronder zich voornamelijk Amerikaanse, Britse, Canadese en Franse militairen bevonden, versloegen daar de Duitsers.

Opmars tot Zuid-Nederland
Vanuit Normandië wisten de geallieerde troepen steeds meer gebied terug te veroveren. Het ging zelfs zo goed dat op 25 augustus 1944 Parijs al bevrijd werd. Een kleine groep geallieerden vertrok richting het zuiden om de rest van Frankrijk te bevrijden. De rest van de geallieerden troepen ging verder naar het noorden richting Nederland en Duitsland. Op 3 en 4 september werden Brussel en Antwerpen bevrijd. Een paar dagen later bereikten de militairen Zuid-Nederland. Ze hadden echter onvoldoende voorraden om verder te gaan. Daarom werden ze gedwongen tijdelijk te stoppen in Zuid-Nederland. Alleen het zuiden was bevrijd, de rest van Nederland bleef bezet.

Market Garden
Alleen Zuid-Nederland was in de zomer van 1944 bevrijd. Om de rest van Nederland te kunnen bevrijden werd door de Britse Veldmaarschalk Montgomery een plan uitgewerkt. Dit plan gaf hij de codenaam ‘Market Garden’. Het plan bestond uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel heette: ‘Market’. Tijdens dit onderdeel werden er meer dan 35.000 luchtlandingstroepen bij belangrijke bruggen (over de Maas, Waal en Rijn) tussen Eindhoven en Arnhem gedropt om deze bezet te houden. Het tweede onderdeel, genaamd ‘Garden’, was een codewoord voor het Britse grondleger. Zij zouden zich over de grond vanuit België naar Arnhem verplaatsen om de luchtlandingstroepen te helpen. Daarna konden ze vanuit Arnhem makkelijk doorstoten naar de rest van Nederland en Duitsland.

De Slag om Arnhem
De Rijnbrug bij Arnhem was één van de bruggen die bezet moest worden binnen het plan Market Garden. Deze brug ligt diep in vijandelijk terrein. De bedoeling was dat meer dan 10.000 Britse en Poolse luchtlandingstroepen de Rijnbrug bezet hielden totdat het grondleger zou arriveren. Op 17 september 1944 stegen de eerste vliegtuigen met luchtlandingstroepen op. In het gebied ten westen van Arnhem landden ze. Ondertussen landden bij Son, Veghel en Sint Oedenrode Amerikaanse parachutisten die de andere bruggen moesten veroveren. Na heftige gevechten wisten de Amerikanen alle bruggen tussen Eindhoven en Nijmegen te veroveren. Nu moest Arnhem nog veroverd worden. De eerste dag habben de Britse troepen niet veel weerstand van de Duitsers die verrast werden door de aanval. 

 

Op de tweede dag vochten de Duitsers hard terug en kregen de Britten het heel zwaar. Slechts 600 Britse parachutisten, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, wisten de Rijnbrug bij Arnhem te bereiken. Na vier dagen moesten ze zich overgeven, de tegenstand van de Duitsers bleek te sterk. De rest van de Britse troepen zat vast in Oosterbeek en de Poolse militairen bij Driel (overkant van de Rijn). Deze troepen konden geen kant op, maar bleven volhouden omdat ze hoopten dat de rest van het grondleger hen zou komen ondersteunen. Na negen dagen van zware gevechten werd het duidelijk dat het grondleger niet meer op tijd zou komen en moesten de overgebleven geallieerde luchtlandingstroepen zich terugtrekken over de Rijn. Dit deden ze in de nacht van 25 op 26 september, zodat ze minder snel zouden worden opgemerkt door de Duitsers. De volgende ochtend ontdekten de Duitsers dat Britse en Poolse militairen ontsnapt waren, alleen de gewonden en verzorgers waren er nog.

Villa Hartenstein
Slechts 600 Britse parachutisten wisten de brug te bereiken. De rest van het leger kwam vast te zitten in Oosterbeek. De Britse generaal-majoor Urquhart koos hotel Hartenstein als hoofdkwartier. Rondom Hartenstein werd zwaar gevochten. Tijdens de strijd sneuvelden veel soldaten. Toch bleven de Britten volhouden en generaal-majoor Urquhart bleef vanuit Hartenstein zijn troepen leiden. Pas toen ze niets meer hadden om mee te vechten verlieten ze Hartenstein en trokken ze zich terug over de Rijn. Hartenstein bleef beschadigd achter. Op deze historische plek is nu het Airborne Museum gevestigd. Lees hier meer over de geschiedenis van Villa Hartenstein.

 

 

 

 

 

Arnhem: een spookstad
Door de zware gevechten in het gebied rondom Arnhem moesten alle inwoners van Arnhem en omliggende dorpen vertrekken; ze werden geëvacueerd. De Duitsers waren ook bang dat de Nederlandse burgers de geallieerden zouden helpen. De inwoners namen mee wat ze mee konden nemen, maar moesten heel veel spullen onbeheerd achterlaten. Arnhem veranderde in een spookstad. Omdat de geallieerden ook steden in Duitsland hadden gebombardeerd, namen de Duitsers veel spullen mee naar Duitsland. Zij zagen het als een vervanging van de verloren spullen in hun eigen steden. Toen de inwoners van Arnhem in mei 1945 terugkwamen was er bijna niets meer over van de stad. 

De Hongerwinter en de vrede
Het mislukken van de Slag om Arnhem betekende dat heel Nederland boven de Rijn (West- en Noord-Nederland) niet vóór de winter van 1944 bevrijd werd. Dit werd een heel strenge winter in Nederland en door de oorlog was er niet genoeg brandstof meer om de huizen te verwarmen en onvoldoende voedsel. Heel veel mensen liepen daarom dagelijks van dorp naar dorp op zoek naar voedsel. In de winter van 1944 stierven 20.000 Nederlandse burgers door de tekorten. Deze periode kreeg al snel de benaming ‘Hongerwinter’. Pas in mei 945 lukte het de geallieerden om Duitsland te verslaan. Ook in Nederland gaven de Duitse troepen zich over. Op 5 mei vonden de vredesonderhandelingen plaats in hotel ‘De Wereld’ in Wageningen. Het westen en noorden van Nederland waren eindelijk bevrijd. Pas nu kon de wederopbouw van heel Nederland beginnen.