Herinnering
Naam: Dirkje Janna (Dik) Ruitenbeek
Geboren: 25 november 1921
Woonplaats: Arnhem
Evacueert met: verloofde Engelbert Wilhelmus (Wim) Rosie
Route: Schaarsbergen, Harderwijk, Kampen
‘Onze ouders waren slechts verloofd. Toch mochten met z’n tweeën evacueren. Bijzonder voor die tijd’
Mieke en Marja denken dat hun moeder Dik Ruitenbeek (1921) de oorlog en de evacuatie heel anders heeft beleefd dan hun vader Wim Rosie (1919). “Ze vond het fantastisch de hele tijd bij haar verloofde te zijn. Toch had ze het op latere leeftijd ook moeilijk met haar oorlogservaringen.”
Mieke: “Ze vertelde alleen over die tijd als er een aanleiding was. Ik hield niet van melk en dan zei ze: ‘Net je vader. Die lustte zelfs in de oorlog geen karnemelksepap.’ Op hun trouwfoto, uit augustus 1945, zijn ze beiden graatmager.”
Hervormd zangkoor
Dik en Wim evacueerden in september 1944 met z’n tweeën. Marja: “Bijzonder, want ze waren slechts verloofd. Ze hadden van beide kanten toestemming.” Dik en Wim kenden elkaar van het zangkoor van de gereformeerde kerk. “Mijn ouders sliepen op die evacuatieadressen in één bed. Later probeerden ze ons wijs te maken dat ze al die tijd niet gevrijd hadden. Lijkt me sterk. Hoewel: ik ben van ná de oorlog. Misschien hebben ze goed opgepast.”
Mieke en Marja hoorden in de loop der jaren niet meer dan flarden over de oorlog en de evacuatie. “Ze waren bijvoorbeeld euforisch toen bij het begin van Operatie Market Garden de Britse militairen aan parachutes naar beneden kwamen. Maar daarna viel het vies tegen. Dat vertelde mijn moeder elk jaar op 17 september. Mijn dochter is die dag geboren. Mijn moeder vond dat heel bijzonder.”
Op 19 september werd er bij de koepelgevangenis in de Wilhelminastraat man tegen man gevochten. Marja: “Onze vader woonde met zijn ouders daartegenover. Mijn moeder was op bezoek en kon niet meer terug. Toen zijn ze met honderden anderen in de koepel gaan schuilen.” Mieke: “Moeder heeft daar een lepel meegenomen. Die koesterde ze nog tot op late leeftijd.”
Snel daarna gingen ze door naar Schaarsbergen. Marja: “Voor zover wij weten: op fietsen. Daar was een opvanglocatie voor evacués uit Arnhem, met gaarkeuken. Mijn moeder vertelde over een aangeschoten koe die in de soep ging. Ze sliepen in een voorkamer. Tijdens kanonvuur vlogen de matrassen omhoog, met mensen erop.”

‘Na de bevrijding hadden onze ouders niets meer. Het deed mijn moeder weinig. Ze dacht vooral aan trouwen en kinderen krijgen’

’s Nachts de Veluwe over
Omdat het in Schaarsbergen te vol werd, wilden Wim en Dik naar Zwolle. Vermoedelijk omdat daar familie van Dik woonde. Mieke: “Ze gingen fietsend de Veluwe over. Vooral ’s nachts. Mijn vader was met zijn twee meter een opvallende man. Ze waren bang dat de Duitsers hem zouden oppakken voor de Arbeitseinsatz. We vermoeden dat ze in het bos en langs de kant van de weg uitgerust hebben.”
Omdat de IJsselbrug kapot was fietsten ze door naar Kamperveen. Daar kwamen ze terecht bij een gezin met kinderen. Mieke: “De man zei: ‘Jullie kunnen blijven tot het eten op is, want mijn kinderen gaan voor’. Ze hebben er lang kunnen blijven. Ze hadden er goede herinneringen aan.”
Daarna verbleven ze bij een fietsenmaker in Kampen, een man alleen. Marja: “Daar was het voor mijn vader verschrikkelijk. Hij kon daar niet naar buiten vanwege de Duitsers. Die heeft tot de bevrijding opgesloten gezeten. Mijn moeder werd uitgebuit als huishoudster.”
Op hun tocht naar Kampen kregen ze soep van de Californiafabriek in Harderwijk. Mieke kwam hierachter toen er bij haar moeder een grote doos van dat bedrijf werd afgeleverd. “Bleek dat ze California een briefje had geschreven om hen nog te bedanken voor de soep die ze tijdens de evacuatie had gekregen. Ze was al tachtig.”
Uitzet verdwenen
Na de bevrijding fietsten Wim en Dik meteen terug naar Arnhem. Over de Veluwe en over wegen met gaten in de weg en langs wegversperringen. In de Wilhelminastraat was het ouderlijk huis van Wim weg. “Ze hadden op hun verlovingsfeest mooie spullen gekregen, waaronder een uitzet die ze daar hadden opgeslagen. Nu hadden ze niets meer. Het deed mijn moeder weinig. Ze dacht vooral aan trouwen en kinderen krijgen.”
De ouders van Dik nodigden Wims ouders uit om bij hen aan de Prins Hendrikstraat in het souterrain te trekken. “Voor ons was het doodnormaal dat de vier grootouders bij elkaar woonden. Wij waren verbaasd als dat bij vriendinnetjes niet zo was.”
Wim en Dik trouwden in augustus 1945. Dik in een trouwjurk die ze met de buurvrouw had geruild voor een mantelpakje. Marja: “Er zat een gat van een bajonet in. Op de trouwfoto houdt ze het boeket ervoor.”
Hallucinaties
Wat Dik aan de oorlog heeft overgehouden? Ze gaf niet om spullen. Pas bij hun twaalfjarig huwelijksfeest kregen Dik en Wim een echt servies. Mieke: “Meteen de volgende dag brak ik per ongeluk een schaal. Daar zat mijn moeder totaal niet mee. Dat we vaak verhuisden, vond ze ook geen punt. Dan zei ze: ‘Abraham, de tentpennen los’. Wel was ze bang voor harde geluiden. Zelf weet ze dat aan haar oorlogstrauma’s. En aan het eind van haar leven kreeg ze hallucinaties. Dan zag ze Duitsers in de deuropening.”
Wim sprak nooit over de oorlog. Mieke en Marja denken dat hij getraumatiseerd was; hij heeft in mei 1940 bij Dordrecht gevochten. Daar zijn zo’n tweehonderd Nederlandse militairen gesneuveld. “Op latere leeftijd kwamen de beelden van dode mensen steeds terug. ‘Zoiets maakt meer indruk dan jullie kunnen denken’, zei hij.”
