Herinnering
Naam: Petrus Johannes Hendrikus (Peter) van Vucht
Geboren: 27 juni 1944
Woonplaats: Arnhem
Evacueert met: vader Gerardus Aloysius (Gerard) van Vucht, moeder Petronella Theodora Bergefurt, zus Marijke
Route: Rheden, Dokkum
‘Als mijn ouders nog zouden leven, had ik ze het hemd van het lijf gevraagd’
Peter van Vucht (1944) baalt ervan dat hij zo weinig weet over de evacuatie van zijn gezin in september 1944. Ook zijn oudere zus Marijke (1942) heeft er weinig herinneringen aan. “Mijn vader overleed toen ik twaalf was en mijn moeder vertelde weinig. Die periode heeft veel met haar gedaan. We hebben onze ouders er ook nooit naar gevraagd.”
“Dom,” zegt Peter, “want nu hebben we gaten in de familiegeschiedenis.” Het is puzzelen met wat hij wel heeft: de aantekeningen van zijn vader Gerard. Zijn vader schreef geregeld in steekwoorden op wat hem per dag was overkomen. Bij 25 september 1944 staat: ‘Evacuatie. Tot 12 december geëvacueerd bij A.J. Fenger [Anthonius Johannes Fenger, red.], Groenestraat 2A te Rheden.’ Zus Marijke weet nog flarden van wat haar moeder wél vertelde. Dat ze in Rheden in huis zaten bij een man die wel zes, zeven sneetjes brood kon eten met één ei. En dat ze er met te veel personen zaten, waardoor ze zich aanmeldden voor de reis naar Friesland.

‘Ik moest die hele dag horen dat ik mijn leven aan hen te danken had.’

Avonturier
“Dat moet wat geweest zijn,” zegt Peter als hij zich die reis voorstelt en wat het met zijn ouders deed. “Mijn moeder was een geboren en getogen Arnhemse. Mijn vader was een avonturier. Hij zal er minder mee gezeten hebben. Bovendien vermoed ik dat hij bang was om opgepakt te worden en te moeten werken voor de Duitsers.”
De tocht naar het noorden ging met paard en wagen. Onderweg waren de evacués bang dat de karavaan zou worden beschoten of gebombardeerd. “Zeker bij de brug bij Deventer schijnt het angstig te zijn geweest. En het was koud.”
Slapen deden ze in scholen, boerderijen en andere grote locaties. Meestal op strobalen. Marijke: “Hygiëne speelde geen grote rol volgens mijn moeder. Ik zat in ieder geval onder de luizen.” Honger zullen ze niet hebben gehad. Hun moeder Petronella had genoeg borstvoeding voor de kleine Peter. “Ze wilde niet anders, want op de ene plaats was het roze pap en ergens anders weer een ander kleurtje.” Ze heeft zelfs nog een vreemd kind de borst gegeven. Marijke: “Onderweg is zeker één baby gestorven. Dat was een mededeling, verder niet.”
Dankbare ouders
Uit de aantekeningen van hun vader blijkt dat het gezin na een reis van twaalf dagen op 24 december werd ondergebracht in een school aan de Fetzestraat in Dokkum. Op 28 december reisden ze door naar de dames Frankema. Voor één nacht, want daarna werden ze volgens het dagboek ondergebracht bij de familie van gemeenteopzichter J. Rippen [Ieke Rippen, red.] die woonde op Bronlaan 12. “Die mensen kwamen later nog bij ons op bezoek in Arnhem,” vertelt Peter. “Onder meer in 1953, toen mijn ouders twaalf en een half jaar getrouwd waren. Ik moest die hele dag horen dat ik mijn leven aan hen te danken had.”
Op 6 januari 1945 werd vader Gerard tijdelijk geplaatst op het Dokkumse postkantoor. Een paar weken later schrijft hij: ‘Directeur J. v Dijke pkt Dokkum door Duitsers doodgeschoten.’ Marijke weet te vertellen: “De directeur [Jan van Dijken, red.] werd gezocht door de Duitsers en is inderdaad gefusilleerd. Volgens moeder was vader behoorlijk bang dat hij ervoor aangezien zou worden, vanwege zijn dure duffelse jas.”


Kwartiergeld
De ouders van Peter en Marijke kregen op 6 maart een huis toegewezen in Dokkum. Gerard schrijft dan: ‘Woning van D. Visser Groote Breedstraat 27A overgenomen, wonen zelfstandig.’ “Een mooi pand,” zegt Peter, die alle adressen uit de evacuatieperiode is gaan bekijken. “Ik ben al langer bezig met stamboomonderzoek en de familiegeschiedenis.”
Ook heeft hij archiefonderzoek gedaan. “Bij de brandweer in Dokkum vond ik een betaalstaat met uitgekeerd kwartiergeld. Daar kwam ik onze namen tegen.” Daarnaast trof hij een verklaring aan van het evacuatiebureau Dokkum dat: ‘G.A. van Vucht, P. Th. van Vucht-Bergefurt en 2 kinderen op dinsdag 26 Juni naar Arnhem vertrekken met auto nr. B 27081’. Met nog negen andere personen, onder wie drie familieleden van moeders kant.
“Hoe is het onze andere familieleden vergaan? Waar zijn die geweest? Hoe hebben mijn ouders het ervaren?” Peter van Vucht heeft nog heel veel vragen. “Als ze nu nog geleefd hadden, had ik ze het hemd van het lijf gevraagd.”