Airborne Museum Hartenstein Menu
Dagen
1
2
2
Uren
0
6
Minuten
5
9
Seconden
1
9

Het museum is momenteel gesloten. Op 14 maart 2020 heropent een volledig vernieuwd museum.

Nieuws

Artikel

Indrukwekkende verhalen van mensen die het zelf hebben meegemaakt

Door Jet Kooderings
Ooggetuigen van de Slag om Arnhem vertellen regelmatig hun verhaal aan bezoekers van het Airborne Museum. Het antwoord op de vraag of dat nog steeds zin heeft na zoveel jaar en of mensen dat verhaal nog wel willen horen werd zondagmiddag duidelijk.

De Hall of Fame in het Airborne Museum zat bomvol en de aanwezigen hingen aan de lippen van Gé Bijlsma (1939), die zijn ervaringen over  de septemberdagen 1944  in Arnhem vertelde.  Als vijfjarige was hij getuige van de bombardementen op de stad, zat hij ondergedoken in een kelder en  moest vervolgens evacueren.

,,Ik vertel jullie mijn eigen verhaal, het is een kindverhaal. Veel dingen weet ik niet meer precies, maar dat het allemaal verschrikkelijk was weet ik nog wel”, begint Gé zijn verhaal. Om drie redenen  vindt hij het belangrijk om door te geven wat hij heeft meegemaakt, namelijk voor de geschiedenis van Arnhem, voor het museum en voor zichzelf.  Voor de kleine Gé, die een erg druk kind was, is het bombardement nog steeds een nachtmerrie. Hij verstijfde indertijd letterlijk van angst en kreeg geen lucht meer.  Van de evacuatie zijn hem bepaalde details bijgebleven, de bomen langs de weg, de mensen die daarachter gingen zitten om te plassen en te poepen, de pijn aan zijn voeten, de  beschieting uit overvliegende vliegtuigen en vooral het feit dat zijn moeder achterbleef in Nijkerk en hem liet verder gaan met zijn Opoe. Uiteindelijk kwam Gé terecht in een Bakhuisje in Nijkerkerveen. In een ruimte van twee bij drie meter verbleef hij daar acht maanden lang samen met zes anderen. Een potkacheltje in de hoek van de ruimte en één stoel waren de enige  voorzieningen. Hij sliep onder een oude tweedjas en omdat de winter van 1944/1945 een heel strenge was heeft hij heel veel kou geleden. ,,Ik heb nu nog last van die kou van toen”, geeft Gé aan. Het enige hoogtepunt was de wekelijkse beurt met de luizenkam, dat heeft hij als een knuffelmoment ervaren. Even aandacht, even een aanraking. ,,Ik was heel alleen, maar met  mij nog duizenden kinderen die in de oorlog zijn opgegroeid. We kregen geen aandacht, geen knuffels en geen uitleg”, aldus Gé. In de jaren ’90 was er therapie voor nodig om alles een plaatsje te geven. ,,Dit is veel indrukwekkender dan wanneer je het leest in een boek. We zullen na dit  verhaal onze kinderen nog vaker knuffelen’, geeft een mevrouw na afloop aan. De 13-jarige Stan uit Lobith, die toevallig met zijn vader in het museum is, heeft geboeid geluisterd naar het verhaal van Gé. ,,Heel interessant dat persoonlijke verhaal. Ik weet wel wat van de oorlog omdat het mijn belangstelling heeft en ik vaak naar series op de televisie kijk, maar dit is heel anders”, meent Stan. Ook vader Pascal vindt het belangrijk dat kinderen deze verhalen horen, want de vluchtelingen van nu maken min of meer hetzelfde mee.

Op  3 maart, 18 maart, 15 april, 20 mei, 17 juni en 15 juli is er weer een ooggetuigenverhaal in het museum, van 13. 30 uur tot ongeveer 14.15 uur. Met een entreekaartje is de toegang gratis.

Meer informatie